De grootouders (1994)

De berg, hoog, koud en machtig
een weg werkt zich naar boven
een oude man loopt omhoog
het gaat moeizaam

Op zijn stok leunend
de man baant zich een weg naar de top
hoe vaak is hij deze weg gegaan?
te vaak,
dit is de laatste keer

Omhoog moet hij, en zal hij gaan
naar zijn grote liefde
eens geweest, maar nu begraven onder de Grote Rots
het kruis op de rots steekt schril af
tegen de koele blauwe lucht

Het begint te sneeuwen
de sneeuw bemoeilijkt de klim
de jonge man schrijdt met forse stappen omhoog
dik ingepakt, en desalniettemin rillend van de kou

Het is de derde, vierde, vijfde keer
zijn grootouders opzoekende
begraven onder twee rotsen
hun kruizen steken schril af
tegen de koele blauwe lucht