Zonder titel (1994)

De spanning stijgt, het wordt donker
wachtend op wat er gebeuren gaat
panisch en door koud zweet omgeven wacht ik
in een ruimte die mij onbekend is
de deur vliegt met geweld open
de vormloze gestalte komt binnen
de muffe geur van de dood dringt de kamer binnen

Hij komt op mij af, neemt mij mee, weg van het licht
we lopen door een gang
de muffe lucht is nu vervangen, gesubstitueerd door een
scherpe doordringende lucht
de geur is die van rottende menselijke overblijfselen
al lopen langs de rottende en half vergane kadavers

Ik realiseer me één ding,
de liefde, de liefde, het enige element
waar deze plek niets van heeft
waar deze omgeving zelfs nooit van gehoord heeft
we komen aan het eind van de gang
een deur van schedels, sommige nog steeds intact
sommige nog met resten vlees
andere aangetast door de tijd,
vormen de enige barricade

Met veel pijn en moeite doe ik de deur open
aan de andere kant is een weiland
uitgedroogd en verbrand ligt het gras
op de eveneens verdroogde aarde
de zwavel in de lucht prikt in de ogen
bemoeilijkt de ademhaling

Ik knipper een paar keer stevig met mijn ogen
langzaam komt de greep op de werkelijkheid terug
alles krijgt weer vorm en gestalte
ik ben terug van een hele slechte trip