(zonder titel) (1994)

Blauw, het diepste blauw dat je je kunt voorstellen
bij vlagen rood, gewoon door het blauwe heen

De kat wordt langzaam onduidelijk
wordt vormloos en verdwijnt in het blauw

De mensen,
allen hun gestalten nog zichtbaar
de rest donker en grijs
maar altijd is er dat blauw

Geel, kanariegeel, de paarse strepen
ze staan er kris kras doorheen

Sporen in de sneeuw voeren naar het onduidelijke
ver weg, achter de sneeuwstorm